Tekst brochure 'Here I am', kunstopdracht ROC Almelo
Een ademloos ritme - Robert-Jan Muller

"Ik hoop dat mijn schilderijen er niet harmonieus uitzien", zegt kunstenaar George Korsmit (1953). Het lijkt nogal een riskante uitspraak voor een kunstenaar die zojuist zijn grootste kunstwerk tot nu toe heeft opgeleverd: een kleurige gietvloer van ruim 700 vierkante meter. De vloer geeft leven en beweeglijkheid aan het adembenemend grote atrium van deze nieuwbouw, dat overwegend in grijstinten, afgewisseld met een lichte houtkleur is uitgevoerd. De hal heeft een semi-transparant dak waar het daglicht mooi naar binnen valt. Korsmits vloer, die qua omvang de indruk wekt van een veelkleurig voetbalveld ervaar je bij binnenkomst als een spetterende ouverture van koloriet; niet verwonderlijk als blijkt dat er maar liefst 136 verschillende kleurvlakken in verwerkt zijn.
Architect Sieb van Breda geeft Korsmit een groot compliment wanneer hij opmerkt "dat het lijkt alsof er licht uit de vloer komt".
Contrast, veelkleurigheid en, inderdaad, de disharmonie die zijn schilderijen kenmerken, keren terug in zijn rechthoekige atriumvloer, als tegenhanger van de neutraal gekleurde omgeving. "Die vloer is heel gevaarlijk" zegt Korsmit dan ook, "hij bepaalt heel erg de sfeer van het gebouw". Het atrium is de plek waar scholieren afspreken, elkaar tegenkomen. Het is wellicht daarom dat hij dit werk een titel heeft meegegeven: Here I am.

Korsmit's schilderijen zijn van rand tot rand bedekt door gekleurde ongelijkhoekige vlakken. Het duizelt je soms als je ervoor staat, zoveel kleuren en vierhoekige vormen komen er op je af . In de grootste schilderijen, die een formaat van ruim drie meter hoog en vier meter breed hebben, kunnen wel zo.n 900 kleuren verwerkt zijn. Voor alle duidelijkheid: 900 verschillende kleuren in evenzoveel verschillend gevormde vierhoeken. Het antwoord op de vraag hoe Korsmit die kleuren bepaalt en wat het systeem is achter de vorm van de vlakken, ligt besloten in een door hemzelf bedacht proces. Het is een systematiek, bepaald door beheersing en toeval. Korsmit speelt in dat systeem zowel de rol van croupier als van ingenieur.
"Ik dobbel de maten van het grid, de kleuren kies ik blind", legt Korsmit kort en krachtig uit.
"Uit een doos waarover een zwarte doek ligt, doe ik telkens een greep en haal steeds een ander gekleurd vierkantje karton van ongeveer 1,5 x 1,5 centimeter tevoorschijn, dat plak ik op een vlak van het grid; niet op een willekeurige plek, maar van links naar rechts opeenvolgend". De kartonnetjes zijn kleurvlakjes van een zogenaamde Pantone waaier, een in de drukkerswereld bekend kleurengamma waarin circa 1600 kleuren hun eigen cijfer/lettercode hebben. In een andere tekening wordt de vorm van de vlakjes bepaald. Hiervoor zijn nodig een liniaal, een passer en dobbelstenen. Het aantal ogen van de dobbelstenen bepaalt de lengte van de ribben van een vierhoek. Met liniaal en passer zet hij na elke worp een van de ribben van een vierhoek uit. Dit herhaalt hij totdat het gehele vlak gevuld is. Deze hele gang van zaken noemt hij "de spelregels van het kunstwerk".

Die spelregels doet Korsmit nuchter uit de doeken: "Die regels zijn puur zakelijk. Er komt geen romantiek aan te pas en geen mystiek". Als ik opmerk dat hij er werkend uitziet uitziet als een uiterst geconcentreerde monnik gebogen over een manuscript, en dat zo.n werkwijze mij heel romantisch overkomt, erkent hij dat "daar die romantiek begint. Het maken van dat ding is heel intensief. Maar die kleuren kunnen uiteindelijk zó besteld worden".
Het is echter cruciaal te weten dat Korsmit die kleuren juist níet via het industriële Pantone nummer bestelt, maar op het oog namaakt met zijn eigen verf. Hij is immers schilder, geen drukker. Korsmit heeft een grote voorliefde voor kleur, en is bereid in een moeizaam en intensief proces de meest sprekende tinten te bereiken; op het oog, met zijn eigen verf en door zijn eigen hand.. Die kleurbepaling heeft werkelijk het oog van de ervaren schilder nodig. Vooral als je bedenkt dat sommige van de blind getrokken kleurnummers in de waaier heel weinig van elkaar verschillen en het vaak gaat om honderden kleuren. Zo besteedt Korsmit -inderdaad als een monnik in afzondering- weken aan het mengen van verf net zolang tot hij de juiste kleuren heeft.

Voor de vloer in het ROC Almelo heeft Korsmit dezelfde spelregels gevolgd als in zijn schilderijen, hoewel deze locatie heel andere eisen stelde. Je kan een schilderij niet zomaar vergroten tot een vloer van 700 vierkante meter. Korsmit;"Ik vond de vraag een enorme uitdaging en het ontwerpen was heel spannend. Ik ben begonnen met het maken van twee proefdoeken. Daarnaast heb ik fotomontages gemaakt om te kunnen zien hoe die vlakken werken in het atrium. Die voorstudies zijn trouwens ook in het bezit van het ROC".
"Een ander verschil is" vertelt Korsmit verder "dat een schilderij een ondergrond heeft van linnen waarop de verf zo is aangebracht dat het licht optimaal reflecteert. Dat is in het atrium anders. Het licht valt dootr het semi-transparante dak en de kleuren komen via een andere hoek op ons netvlies. Het was voor mij zeer boeiend om te zien hoe de vloer zich zou gedreagen in dat opzicht. Het resultaat vind ik perfect en heel verrassend. Dezelfde kleuren lijken op de vloer meer pastel".
Kijkend naar de vloer kun je geen centrum of ander vast punt vinden, je oog blijft over de vlakken dwalen. Het levert een ritme op dat Korsmit vergelijkt met dat van de hedendaagse Amerikaanse Hiphop en R&B muziek, "een opeenvolging van beats en zang zonder adempauze, zonder rustpunt". De spelregels van het toeval hebben geresulteerd in een volmaakt centrumloos en visueel beweeglijk kunstwerk.

'Here I am', 2007
opdrachtgever:
Roc van Twente
advies en begeleiding:
Kunst en Bedrijf BV, Amsterdam
uitvoering:
BE Vloer & Visie, Almelo
STO ISONED BV, Tiel